Wie met de auto door Rolde rijdt, kan het bijna niet missen: in vrijwel het hele dorp geldt een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Dat geldt in het centrum, maar ook in de meeste woonwijken. Toch wordt er regelmatig aanzienlijk harder gereden. Op dit moment staan op twee plaatsen in het dorp meetkasten die de snelheid van passerende voertuigen registreren. Vanuit Assen ter hoogte van Hof van Rolde en vanaf Grolloo net na Wolvenveen.
Waarom is het voor sommige automobilisten toch zo moeilijk om de voet een beetje van het gaspedaal te halen? Het verschil tussen 30 en 40 kilometer per uur voelt vanuit een moderne auto misschien klein. Voor een overstekend kind, een fietser of iemand die plotseling tussen geparkeerde auto’s vandaan komt, kan het echter een wereld van verschil betekenen.
Opvallend verschil met Duitsland
Een redactielid van de Rolderpost was onlangs op vakantie in Duitsland. Ook daar liggen veel dorpen en woonwijken vol met 30-kilometerzones. Wat daarbij opviel, was dat Duitse automobilisten zich over het algemeen behoorlijk netjes aan die snelheid leken te houden.
Hetzelfde beeld was te zien op de Autobahn. Op stukken zonder algemene maximumsnelheid rijden sommige Duitsers rustig 160, 180 of zelfs 200 kilometer per uur. Verschijnt vervolgens een bord met maximaal 100 kilometer per uur, dan wordt er vaak direct en stevig afgeremd. Nederlandse automobilisten lijken zo’n bord geregeld anders te interpreteren: eerst nog even uitrollen, vervolgens kijken of er ergens een flitser staat en daarna misschien wat snelheid minderen.
Het redactielid heeft inmiddels overigens ook de eerste officiële post uit Duitsland thuis mogen ontvangen. De schrijver van dit verhaal is dus evenmin volledig vrij van zonden.
Zijn Duitsers werkelijk braver?
Het beeld dat Duitsers zich beter aan verkeersregels houden, is niet helemaal uit de lucht gegrepen. In een internationaal verkeersveiligheidsonderzoek uit 2023 gaf 57,9 procent van de ondervraagde Nederlandse automobilisten aan in de voorafgaande maand minstens één keer te hard te hebben gereden binnen de bebouwde kom. In Duitsland was dat 47,6 procent.
Op autosnelwegen was het verschil nog groter. Van de Nederlanders meldde 63,9 procent minstens één snelheidsovertreding, tegenover 45,2 procent van de Duitse automobilisten. Het gaat hierbij om antwoorden van bestuurders zelf en niet om daadwerkelijke snelheidsmetingen, maar de cijfers sluiten wel aan bij wat veel vakantiegangers op Duitse wegen ervaren. Tegelijkertijd geeft bijna de helft van de Duitse automobilisten dus eveneens toe weleens te hard te rijden.
Een eenvoudige verklaring is er niet. Het is waarschijnlijk een combinatie van gewoonte, sociale controle, de verwachting dat er gecontroleerd kan worden en de inrichting van de weg. Wanneer vrijwel iedereen netjes afremt, valt degene die dat niet doet direct op. Gedrag van andere weggebruikers werkt bovendien aanstekelijk: wanneer drie auto’s voor je 30 rijden, is het gemakkelijker om zelf ook 30 te blijven rijden.
Een bord alleen is niet altijd voldoende
Ook de inrichting van een straat is belangrijk. Een brede, rechte en gladde weg nodigt onbewust uit tot een hogere snelheid, zelfs wanneer er een bord met 30 langs de kant staat. Een smalle straat met klinkers, bomen, geparkeerde auto’s, korte zichtlijnen en verkeersdrempels geeft automatisch het gevoel dat een lagere snelheid nodig is.
Volgens verkeersveiligheidsinstituut SWOV wordt een snelheidslimiet beter nageleefd wanneer deze past bij het uiterlijk van de weg. Bij een geloofwaardige 30-kilometerweg horen onder meer korte rechte stukken, een beperkte wegbreedte en fysieke snelheidsremmers. Alleen bij de ingang van een wijk een zonebord plaatsen, is daarom niet altijd genoeg. Metingen kunnen aantonen waar het fout gaat, maar soms zijn ook aanpassingen aan de straat of gerichte controles nodig.
Al stoppen voordat iemand oversteekt
Het verschil tussen Nederland en Duitsland is ook regelmatig merkbaar bij zebrapaden. In Nederland komt het voor dat een automobilist nog snel voor een wachtende voetganger langs rijdt. In Duitsland remmen bestuurders vaak al wanneer iemand alleen maar in de richting van het zebrapad kijkt.
De regels verschillen op dit punt nauwelijks. In Nederland moeten bestuurders voetgangers die op een zebrapad lopen of duidelijk op het punt staan over te steken voor laten gaan. De Duitse verkeersregels bepalen eveneens dat iemand die zichtbaar gebruik wil maken van een zebrapad de gelegenheid moet krijgen om over te steken. Het verschil zit dus vooral in de vraag hoe vroeg een automobilist reageert.
Ook buiten de auto zijn verschillen te zien. Uit hetzelfde internationale onderzoek bleek dat 45,7 procent van de Nederlandse voetgangers in de voorafgaande maand minstens één keer door rood was gelopen. In Duitsland was dat 33,3 procent. De Duitser die midden in de nacht bij een volledig verlaten kruispunt geduldig op het groene voetgangerslicht wacht, is dus niet alleen een bekend vakantiebeeld.
Een ander Duits voorbeeld is de Rettungsgasse. Zodra het verkeer op een Autobahn of meerbaansweg langzaam rijdt of stilstaat, moeten automobilisten ruimte maken tussen de meest linkse rijstrook en de rijstrook daarnaast. Ambulances, politie en brandweer kunnen daardoor snel langs de file rijden. Die vrije doorgang moet al worden gemaakt voordat er een hulpdienst te zien of te horen is.
Bij 50 meter na meter te laat
Waarom maakt die 30 kilometer per uur zoveel uit? Dat wordt duidelijk wanneer de afstand wordt berekend die een auto nodig heeft om tot stilstand te komen.
Bij een snelheid van 30 kilometer per uur legt een automobilist tijdens ongeveer één seconde reactietijd al circa 9 meter af. Bij een noodstop komt daar ongeveer 4,5 meter remweg bij. De totale stopafstand bedraagt dan ongeveer 13,5 meter.
Bij 50 kilometer per uur is de reactieafstand circa 15 meter en de remweg bij een noodstop ongeveer 12,5 meter. De totale stopafstand komt daarmee uit op ongeveer 27,5 meter. De auto heeft bij 50 kilometer per uur dus ruim tweemaal zoveel afstand nodig om stil te staan. De eigenlijke remweg is zelfs bijna driemaal zo lang, omdat de remweg niet gelijkmatig, maar kwadratisch toeneemt met de snelheid.
Het verschil is nog duidelijker wanneer beide auto’s op hetzelfde moment een gevaar zien. Op het punt waar de auto die 30 reed al volledig stilstaat, heeft de bestuurder die 50 rijdt mogelijk nog niet eens daadwerkelijk geremd. Die heeft tijdens de reactietijd immers al ongeveer 15 meter afgelegd. Bij regen, gladheid, slechte banden, vermoeidheid of afleiding worden deze afstanden alleen maar langer.
Voor een voetganger of fietser is niet alleen de kans op een botsing groter bij een hogere snelheid. Ook de gevolgen zijn veel ernstiger. SWOV stelt dat de kans op een dodelijke afloop sterk begint toe te nemen bij botssnelheden vanaf ongeveer 30 kilometer per uur.
Dertig is geen richtlijn
Natuurlijk houden veel Nederlandse bestuurders zich keurig aan de regels. En vanzelfsprekend zijn er ook Duitsers die te hard rijden, bumperkleven of een zebrapad negeren. Het heeft weinig zin om een compleet volk als voorbeeldig of juist asociaal neer te zetten.
Toch kan het geen kwaad om iets van de Duitse verkeershouding mee naar huis te nemen. Een bord met 30 betekent niet ongeveer 30, 35 wanneer het rustig is of 40 wanneer iemand haast heeft. Het betekent maximaal 30 kilometer per uur.
De tijdwinst van harder rijden binnen Rolde is meestal hooguit enkele seconden. De extra stopafstand bedraagt vele meters. Zeker in woonwijken en in het centrum, waar auto’s de weg delen met kinderen, fietsers, ouderen en voetgangers, zouden die meters belangrijker moeten zijn dan die paar gewonnen seconden.









